Posts

C

CACTUS De cactus De streng gesloten knop na maanden van bijna onzichtb’re groei ging op een zomeravond plotseling wonderlijk snel en hoorbaar ruisend open – en in de schemer hief het sobere eenzelvige gewas een bloem zo bovenmate rijk: kronen om kronen goud en purper dat het scheen of in één ogenblik een leven dat zich duizend jaar bezon voorgoed ontwaakte – Doch teder immer is de over-rijke en voor korte tijd geboren, hij verdraagt het grote licht niet van de zon waarin zijn pracht verdort van het verterend vuur niet dat hem schiep En als zijn leven kort maar hevig heeft gebloeid begint hij weer wijs en geduldig van de aanvang af. Gerard van Klinkenberg Tirade , 18de jaargang, nummer 199, Amsterdam, 1974 CALATHEA Tuin van Eden Ze hebben het groen ingeblikt tussen muren van glas. Bomen uitgegraven en op de vijfde verdieping geplant. Het broeit in de tuin, ambtenaren nestelen zich in het mos en drinken van hun koffies. Sommigen mediteren op yogamatjes. Achter de beslagen ruit ligt de st...

D

DADEL 9 gedichten voor een kleine vrouw (6) het dorp was een verzameling van tinten zwart alleen wat onbestemde geluiden achter de dijk en het slurpende stampen van een waterpomp die nacht geurde het naar dadels en hooi Willem van Zadelhoff Al mijn kappers , Polis, Antwerpen, 2020 DAHLIA Dahlia’s Zo gemakkelijk als in 1804 hebben wij het niet meer. Toen bracht de Zweed Dahl uit Mexico nieuwe bloemen mee waarmee hij zijn naam vereeuwigde. Wij dichters reizen de wereld rond en staan elke dag weer te zwaaien met nieuwe bloemen in de Kempen. Maar de boeren zeggen dat er al onkruid genoeg is. En probeer hun maar uit te leggen wat poëzie is. Je komt van een kale kermis thuis. Een boer kent geen kompas, hij gebruikt geen vergrootglas. Nee, zo gemakkelijk als in 1804 hebben wij het niet meer hier. Robin Hannelore Vaarwel gele schrijver , De Roerdomp. Brecht/Antwerpen, 1994 DALKRUID Een zomerochtend op de Centrale Begraafplaats te Brugge Onder de beukenkruinen kromt zich het licht tot go...

E

EDELWEISS Edelweiss, bijvoorbeeld Soms walgt zo'n woord weet zich geen blijf met wat ik schrijf. Het staat dan uitzichtloos alleen, derft betekenis, schurkt zich tegen de lijfgeur van bezinning, lonkt vergeefs naar adjectief of inhoud: het zit vast aan muzikaal geluid, wordt gestraft voor zijn onbruikbaarheid. Vooraan in de klas, alleen, draagt het de ezelskap. René Hooyberghs Stamboom , C. de Vries-Brouwers, Antwerpen/Rotterdam, 2011 EEKHOORNTJESBROOD Winterbos tegen wandelaar De nachten koud, mijn dorre beukenblad ligt 's morgens wittig aangevroren op het pad en maakt de reeën schichtig. Het daglicht schaars, een vage mist hangt in de vroege namiddag doorzichtig tussen mijn naakte, natte stammen zaagsneden, oude zomerschrammen en half vergaan eekhoorntjesbrood. Duister mijn wolvenpad, heimwee naar sneeuw die warmen kan, wat schrale troost als 's avonds aan mijn randen ergens een buitenlicht gaat branden. Hoor, in de verte huilt de dood. Marga Kool Voor mijn lieve wandelaa...

F

FAJALOBI voor mama mijn tranen mijn glimlach mijn ziel laat ik voor je achter ik ga strijden je mata prapi mijn apinti mijn lendendoek bewaar ze goed ik ga strijden kook geen kasaba-brafu geen drank van kumbu geen kokori van awara gebruik die kalebas niet ik ga strijden wacht was me met witte jasmijnen waar de rode fajalobi zucht die aarde zal kleuren en geuren van bloed en bloemen ik ga strijden Astrid H. Roemer Ik ga strijden moeder , In de Knipscheer, Haarlem 2021 FENEGRIEK vrolijk lentelied lente toetert niet kondigt zich zonder flitslichten aan zoekt geen ruimte op vluchtstroken ze komt zacht en ongetwijfeld met knoppen in de oksels koolmezen met stropdas in de armen draagt ze een zaaibuidel van zachte tinten, geur van morgendauw en koude ochtenden ligt als warme broodjes in de mond vol fenegriek, wappert aan de wasdraad en zuigt de longen vol ze valt in nevel over landerijen knispert onder voeten, tintelt op de lippen van wie ongedurig op warmte wachten op ber...

G

GALANGA Lusthof in het Oosten Dicht bij de Dageraad ligt in het Verre Oosten     een plek waar Aarde op haar vruchtbaarst is, doordat het zonnevuur, nog pril na zijn geboorte,     de bodem koestert en nog niet kan schaden. Het mild en het zacht klimaat bezwangert daar de grond     met allerhande bloemen en gewassen. Dit ene hoekje voedt al wat er maar ter wereld     aan heerlijks, geurigs, kleurigs, kostbaars groeit. De gember komt daar op, de rijzige galanga,     de hazelwortel met zijn makker tijm. Omdat hij eeuwig bloeit vereert men de acanthus,     de nardus brengt een fijne olie voort. Saffraan bloost minder fel dan paarse hyacinten,     de kassiepeul wedijvert met de foelie. Door weelderige parken stroomt daar overvloedig     meanderend een sierlijke rivier. Doordat het water steeds op steentjes stuit en wortels,     veroorzaakt het een kabbelend geruis. In deze malse beemd, dit pittoreske oo...